Scrapie

Download hier het scrapiebeleid binnen de VSS (pdf)>>
Opgesteld en goedgekeurd in de algemene ledenvergadering van januari 2012.

Scrapie fokprogramma VSS

Definitieve tekst, zoals laatstelijk aangepast naar aanleiding van de Algemene Ledenvergadering van de VSS d.d. 13 december 2008.
 
Doel
De VSS stelt zich ten doel het aantal VRQ-dieren te verminderen en zal daartoe een fokprogramma bij het PVV indienen.
 
Genotypering
Genotyperingstesten worden uitgevoerd bij een door het PVV erkend laboratorium of bij een laboratorium in een EU-lidstaat dat daar is erkend op grond van de nationale regelgeving van de desbetreffende lidstaat. De monstername vindt plaats door een onafhankelijk persoon, niet zijnde de houder.
De uitslag van de genotyperingstest wordt aan de stamboekadministratie bekend gemaakt door het inzenden van een kopie van het laboratoriumrapport.
 
Dierstatus
Aan een schaap dat in de stamboekadministratie is geregistreerd, wordt een status toegekend:
  • genotype, zoals bepaald op grond van een genotyperingstest of scrapieresistente status van het bedrijf van geboorte;
  • VRQ-vrij: VRQ-allel kan op basis van de genotyperingen van de (voor)ouders worden uitgesloten;
  • onbekend: geen genotyperingstest uitgevoerd en VRQ-allel kan op basis van afstamming niet worden uitgesloten.
De dierstatus wordt geregistreerd in de stamboekadministratie.
 
Fokrammen
Rammen die worden ingezet voor de fokkerij dienen vrij te zijn van het VRQ-allel, ofwel blijkend uit een genotyperingstest ofwel blijkend uit de scrapieresistente status van het bedrijf van geboorte. Nakomelingen van rammen die niet vrij zijn van het VRQ-allel of waarvan de status
onbekend is, zullen niet in het stamboek worden opgenomen. Hiertoe zal het stamboekreglement worden aangepast.
 
Bedrijfsstatus
Aan een bedrijf kan een status per ras op basis van de bij de VSS geregistreerde dieren worden toegekend. Er worden 4 typen bedrijven erkend:

1. Scrapieresistent (niveau I van de verordening)

Voorwaarden:
  • Alle schapen op het bedrijf zijn individueel geregistreerd in de stamboekadministratie.
  • Alle schapen op het bedrijf hebben de status ARR/ARR.
2. Fokt ARR/ARR (niveau II van de verordening)
Voorwaarden:
  • Alle in de afgelopen 3 jaren ingezette fokrammen zijn individueel geregistreerd in de stamboekadministratie.
  • In de afgelopen 3 jaren zijn uitsluitend fokrammen ingezet die de status ARR/ARR hebben, blijkend uit een genotyperingstest.
3. VRQ-vrij (niveau III van de verordening)
Voorwaarden:
  • Alle schapen op het bedrijf zijn individueel geregistreerd in de stamboekadministratie.
  • Alle schapen op het bedrijf hebben de status VRQ-vrij of een genotype, zoals gebleken uit een genotyperingstest, waarin geen VRQ voorkomt.
4. Fokt VRQ-vrij (niveau IV van de verordening)
Voorwaarden:
  • Alle in de afgelopen 3 jaren ingezette fokrammen zijn individueel geregistreerd in de stamboekadministratie.
  • In de afgelopen 3 jaren zijn uitsluitend fokrammen ingezet die de status VRQ-vrij hebben, zoals gebleken uit een genotyperingstest.

De stamboekadministratie houdt een register bij van bedrijven met een status. Actuele bedrijfsstatussen zijn via internet raadpleegbaar.
Een bedrijf kan de stamboekadministratie verzoeken om toekenning van een status. De stamboekadministratie beoordeelt of een verzoek om toekenning van een status gehonoreerd kan worden aan de hand van de gegevens in de stamboekadministratie. De stamboekadministratie deelt de uitkomst van deze beoordeling mede aan de aanvrager en voegt het bedrijf toe aan het register. Bij diermutaties door middel van aankoop wordt de bedrijfsstatus gecontroleerd. Ingeval niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan, vervalt de bedrijfsstatus. Dit wordt aan de houder schriftelijk kenbaar gemaakt. Ten minste eenmaal per jaar beoordeelt de stamboekadministratie of een bedrijf met een status nog steeds in aanmerking komt voor deze status. Indien een bedrijf niet meer in aanmerking komt voor een status, dan deelt de stamboekadministratie dit mede aan het bedrijf en verwijdert
het bedrijf uit het register.
 
Controle
Bedrijven met een toegekende status moeten hun medewerking verlenen aan de uitvoering van een steekproefcontrole. Jaarlijks wordt op minimaal 5% van de bedrijven met een toegekende status, met een minimum van één bedrijf, een steekproefcontrole uitgevoerd. De steekproefcontrole wordt als volgt uitgevoerd:
  • De stamboekadministratie wijst een aantal fokrammen aan, waarvan het genotype zal worden bepaald door middel van een genotyperingstest.
  • Het aantal is minimaal 5% van het aantal op het bedrijf aanwezige fokrammen met een minimum van één ram.
  • De stamboekadministratie kan, indien daar aanleiding toe is, ook ooien aanwijzen voor een genotyperingstest.
  • Een door de stamboekadministratie aangewezen persoon, niet zijnde de houder, neemt de monsters.
  • Indien de resultaten van de steekproefcontrole daar aanleiding toe geven wordt nader onderzoek uitgevoerd of de status aan het bedrijf ontnomen.
 
Evaluatie
Na 4 jaar wordt het fokprogramma geëvalueerd. Na 2 jaar zal een tussenevaluatie worden
uitgevoerd.
 

Toelichting 

Uitgangspunten
De verplichte rammenregeling waarbij uitsluitend ARR/ARR-rammen mochten worden ingezet voor de fokkerij is vervallen. Daarvoor in de plaats is de PVV-Verordening fokken op terugdringing TSE-gevoeligheid bij schapen 2008, gekomen. De verordening heeft ten doel het aantal VRQ-dieren terug te brengen en het aantal ARR-dieren te verhogen. De verordening voorziet in erkenning van fokprogramma's die hierop gericht zijn. De verordening voorziet voorts onder meer in een tegemoetkoming in de kosten van de in het kader van het fokprogramma verplichte genotypering.
 
De ALV van de VSS heeft in december 2007 ingestemd met het volgende voorstel van het bestuur:
1 Alle dekrammen genotyperen, principieel vóór inzet voor de fokkerij, tenzij geboren op een scrapieresistent bedrijf.
2 Met VRQ-rammen mag niet worden gefokt.
3 Onder voorwaarde dat dit voorstel kan worden ondergebracht in een erkend programma van het PVV.
4 Voor een periode van 5 jaar.
5 Wordt het programma niet erkend door het PVV, dan zal de VSS haar eigen programma vaststellen.
 
Genotypering
Door het PVV erkende laboratoria zijn op dit moment de GD, Van Haeringen in Wageningen en een Duits laboratorium. Beljaars is bezig met een erkenning maar zal waarschijnlijk samenwerking zoeken met Van Haeringen.
 
Monstername
Van Haeringen heeft een methode ontwikkeld (swab-methode) waarbij de genotypering wordt vastgesteld via afgenomen wangslijm. Dit is een relatief eenvoudige methode waarbij geen dierenarts nodig is. De monsterafname dient wel te geschieden door een onafhankelijk persoon. Dit kan een dierenarts zijn, maar ook de stamboekinspecteur tijdens de lammerencontrole. Dit laatste bespaart de kosten van de dierenarts. Materiaal voor
monstername kan door de houder zelf worden aangevraagd bij Van Haeringen, maar ook de inspecteurs zullen dit beschikbaar hebben.
 
Uitslag van de genotyperingstest
De houder zal zelf aan het stamboek de uitslag moeten overleggen. De status wordt geregistreerd in de stamboekadministratie.
De procedure van monstername en overleggen van uitslagen zullen in een apart protocol worden uitgewerkt.
 
Fokrammen
Dieren die niet in het stamboek worden opgenomen, worden overigens wel geregistreerd door de dieradministratie.
 
Bedrijfsstatus
Op grond van de PVV-verordening kan aan een bedrijf een status worden toegekend. Omdat binnen de VSS ook scrapieresistente bedrijven voorkomen, worden alle 4 typen bedrijven meegenomen. Een bedrijfsstatus zal per ras op basis van de bij de VSS geregistreerde dieren
worden toegekend, aangezien tussen de verschillende rassen grote verschillen bestaan in het voorkomen van ARR/ARR en van het VRQ-allel en de VSS-dieradministratie geen zicht heeft op aanwezige dieren die niet bij de VSS zijn geregistreerd..
 
Procedure
De houder doet het verzoek voor toekenning van een status aan de stamboekadministratie. De stamboekadministratie beoordeelt het verzoek door controle van de gegevens in de stamboekadministratie. Bij een positieve beoordeling wordt het bedrijf toegevoegd aan een register. De geldigheid van de bedrijfsstatus wordt in ieder geval jaarlijks door de stamboekadministratie gecontroleerd. Daarnaast wordt bij diermutaties door middel van
aankoop de bedrijfsstatus gecontroleerd. Ingeval niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan, vervalt de bedrijfsstatus. Dit wordt aan de houder schriftelijk kenbaar gemaakt.
 
Kosten
De kosten die de administratie voor toekenning van een bedrijfsstatus moet maken,zullen worden doorberekend aan de houder.
 De kosten voor de jaren 2009 en 2010 bedroeg EUR 15,- per aangevraagde of toegekende bedrijfsstatus per ras op basis van de door de overheid opgelegde regelgeving, te verrekenen bij de diensten.
 
Steekproefcontrole
De kosten van de steekproefcontrole worden niet doorberekend aan de gecontroleerde bedrijven, maar komen voor rekening van de VSS.
 
Evaluatie
De tussenevaluatie zal worden gebruikt om tussentijds eventueel aanpassingen te kunnen doen.
Kijk voor meer informatie over scrapie op de speciale website www.scrapie.nl